Saudade. In een woord mijn nieuwe leven gevat.

Vorig jaar woonde ik nog op Madeira, daar werd het Portugese zaadje gelegd. Het begin van een verlangen dat al in mijn jeugd begon. En nu is het tijd. De zachtheid lonkt.

Het besef van eindigheid heb ik al mijn leven lang. Sinds mijn jeugd maak ik de dood af en toe van dichtbij mee. Elke dag leef ik bewust en intens en neem besluiten op basis van carpe diem. Onbelangrijke dingen onbelangrijk laten en de essentie van mijn leven volop leven.

“We zitten op een boot die aan het zinken is. Hoeveel minuten, dagen of jaren we nog leven weten we niet. Dat is pijnlijk. Maar wanneer je die diepe waarheid volledig voelt kan het bevrijdend gaan werken. Het helpt je prioriteiten stellen. Het helpt je het leven intenser te beleven”   Geertje Couwenbergh uit ‘Zin’

Dit heeft als gevolg dat ik al een paar levens naast en achter elkaar heb geleefd. Ik denk dat mijn emigratie naar Curaçao een van de meest wijze lessen was, vooral de onthechting van alles wat ik achter liet. Schepen verbranden zeg maar. Voor mij maakt onthecht zijn het leven zo veel makkelijker in de besluiten die ik neem. En onthecht betekent dat ik de lieverds om mij heen ongelooflijk lief heb. Maar ik heb ze niet nodig voor mijn geluk.

Op zoek naar zachte klanken

Een paar jaar geleden gaf ik een jaartraining aan een groep ondernemers. Zij vertelden hun toekomstplannen en hoe en wanneer daar te komen. We zetten daar een traject voor uit. Ook ik deed dat, voor mezelf. Dat mijn toekomst ooit weer in het buitenland ligt, wist ik al jaren. Ik sprak mijn intentie uit om binnen twee jaar de winters in een Middellandse Zeegebied te wonen, om te beginnen. Het hele jaar door zachtheid is mijn verlangen. Aangename temperatuur, zachtmoedige mensen, lieve klanken, custardtaartjes en bellen rode wijn. Fado, waarin mijn melancholie gedoopt wordt en de zee: mijn zijn.

De alchemie als leidraad

Vanaf dat moment heb ik de alchemie-stappen uit mijn eigen boek ‘De alchemie van het ondernemen’ er weer bijgehaald om dit doel daadwerkelijk te bereiken. Een droom hebben is één, hem uit laten komen vergt meer moeite. En groeipijn. Een plan, daar begint het mee, zodat alles wat er nu op mijn pad komt me helpt om op mijn doel af te stevenen. Het belangrijkste vraagstuk voor mij was: hoe ga ik mijn geld verdienen?

Veilige lagen

In 2017 had ik beschermlagen nodig. Ik moest mij wapenen tegen onmacht, onrecht en de pijn van het lijden van mijn moeder. Pijn die ik niet kon wegnemen. Ik moest overleven om voor haar te zorgen. Toen zij overleed, koesterde ik nog  deze veilige lagen. Ik was nog steeds niet mezelf. Maar een tijd geleden vond ik dat ik ze niet meer nodig had. De kwetsbaarheid mocht er volop zijn, mijn grenzen werden scherper, mijn eerlijkheid oprechter en mijn leven intenser. Het werd tijd. De wereld lag weer open voor ontvangst én mijn toekomstplannen. Mijn gouden kern binnenin wenkte.

Mijn volledige potentieel wil ik benutten, daar vind ik wat ik nodig heb om mijn plan uit te voeren. Dat betekent de angst in de ogen kijken en dat van me afschudden wat niet meer nodig blijkt. En zo blijft de essentie over, waar de antwoorden en de richtingaanwijzers voor mijn hogere doel liggen. 

Schrijven – leven – werken in Portugal

Het is zover. Dit jaar ga ik wonen in Portugal. Reizen, schrijven en ondernemen zit in mijn bloed, ik ben een mix van deze drie. Dus gebruik ik deze onderdelen van mijn hele zijn om te bundelen, hoe simpel! Mijn dagen gevuld met dat wat ik ben, dat wat ik het allerliefste doe en omringd door alles waar ik zo gelukkig van word.

Ik woon nu in Zuid-Portugal en de Atlantische Oceaan ligt aan mijn voeten. Hoe ik het precies aanpak? Geen flauw idee. Mijn lief is mee, familie en mijn paar trouwe vriendinnen komen zo vaak mogelijk langs. Het grote gevoel van vrijheid en de onbekendheid leven, dat is waar mijn hart van gloeit. Dat is waar mijn leven voor dient.

Nooit zal ik spijt hebben van de dingen die ik niet gedaan heb. Ik heb ze gedaan en doe ze nog steeds. Het leven is te kort om te roepen: als …. dan. Is het misschien te laat. Althans, voor mij. Ik hoop je een keer te kunnen verwelkomen voor een verwarmende week vol zachtheid en warmte. Een creatieve wandelweek met vriendinnen, een natuurcoach-traject of eindelijk je boek schrijven. Welkom!

Je kunt me altijd een mail sturen: marian@dealchemievanhetleven.nl

Bijna een kruis in plaats van een huis…

“Ik rijd geen meter verder.” We staan op een richeltje en ik kijk de afgrond in. Twintig minuten tuffen we al als een slinger in de kerstboom naar boven op de smalste weg ooit. Het lijkt drie uur. Het regent, plassen ontstaan en de weg is glibberig. Af en toe verliest ons campertje zijn grip en neigen we richting ravijn. Geen reling te bekennen. Ken je dat programma De gevaarlijkste wegen ter wereld? Voilá! 

Ik vond het eerst hilarisch. Dat vergaat al gauw. Alle ramen van de camper zijn beslagen door Pieters angstzweet. Stop daar zijn hoogtevrees bij en je snapt de spanning. Ik voel zijn doodsangst na een kwartier in mijn eigen bilnaad. 
Het witte Pandaatje voor ons stuitert vrolijk over het onbegaanbare pad. Het is de makelaar. Ze heeft het al duizend keer gereden, dat is duidelijk. Ik zie het speelgoedautootje bij elke bocht zuchten, het wacht geduldig tot wij de bocht om zijn gekropen. 

Het is onze eerste bezichtiging in Portugal. Vlak bij Monchique , Algarve. Een prachtig berggebied met huisjes die ooit willekeurig door een reus over het land zijn gestrooid. Er staat een te koop in een dorpje van zeven huizen. Hopelijk komen we daar ooit aan. We weten nu al dat dit hem niet gaat worden, maar ik wil perse kijken. 
Mijn hoofd tolt van de adrenaline, maar toch ook van de waarachtige schoonheid van deze vallei waar de Eucalyptusbomen het scepter zwaaien in alle zintuig-opzichten. Ik draai het raam open en snuif de geur in waarbij ik onmiddellijk terug op Madeira ben.

Er stond nergens in de beschrijving dat je eerst een paar kilometer langs afgronden moet, het huis wel erg afgezonderd ligt en dat van het hele dorp er maar één huis bewoond wordt door een stokoud kattenvrouwtje. De overige huizen liggen in verval. 
Dat horen we pas bij aankomst, nadat we uit de camper vallen en eerst tien minuten moeten bijkomen. De opgewekte makelaar babbelt ondertussen honderduit, een mengeling van Engels en Portugees, we verstaan alles dankzij onze Spaanse kennis. Een labrador komt op ons af, hij grijnst zijn tanden bloot en gaat op mijn voeten op zijn rug liggen! Hij blijkt van het kattenvrouwtje waar de naam ineens niet meer zo van opgaat. 

‘De bewoners zijn toevallig thuis,’ zegt Isolabella. Deze naam zingt je toch direct de zon, zee en ijshoorntjes in? 
Ze stapt kordaat het huisje binnen en begint een partij Portugees te oreren. We wachten op de veranda waar een buitenkeukentje lonkt, Portugese tegeltjes pronken en een tafeltje uitnodigt. We kunnen naar binnen, wenkt La Bella.
Het is pikdonker en bloedheet binnen. Ik moet eerst even mijn ogen laten wennen, gelukkig geeft de houtkachel in de hoek wat licht. We vallen direct de woonkamer in die bomvol staat met meubels, potten, pannen. Dit loopt gewoon door op de muren, tot aan het plafond. 

Op de uitgezakte bank zitten twee geesten zo op het eerste gezicht. Ze hijsen zich kreunend uit de bank, wrijven wat over hun verkreukelde kleding en blijven onhandig staan. Zoveel personen in zo’n klein kamertje geeft dat liftgevoel waarbij je uit wanhoop maar naar het plafond staart. Ik geef ze uit onhandigheid een hand, ze schrikken zich kapot maar vermannen en lachen hun drie tanden bloot. 
Isolabella duwt ze zacht de deur uit, waar ze op de veranda wat drentelen. Ik krijg ineens het vermoeden dat de mannen bij de koop in zitten.

We staan midden in een filmscène. De Catweazles waren net aan het eten, hun borden staan op het piepkleine tafeltje. Er drijven vette bellen rond een stuk afgekloven zwijn. Hier in de regio is het summum van genot de Porco Preto: zwart varken. Naast de borden liggen knoerten kaas en een brok zwoerd. Ik blijf maar staren en voel me wel erg een vegetarische sok. Ik ruk me los van het netvliesbeeld en Isolabella roept dat we overal mogen kijken, alsof het een kasteel met 19 kamers is in plaats van een boerenschuur van 40m2. 
We wurmen ons langs een gordijn (de deur) en staan in een van de slaapkamers. Nisjes vol heiligbeelden, een bebloed kruis aan de muur, een keurig opgemaakt bedje. Hier steken de voeten sowieso ver uit bij het slapen. 
Aan de andere kant van het woonkamertje is net zo’n slaapkamer. We kruipen richting badkamertje, waar de douchecabine een koker blijkt en de kledingkast bij gebrek aan ruimte hier maar is neergezet. Je moet geen last van claustrofobie hebben, mocht je hier willen settelen. 

Oh, en er is nog een groot stuk grond bij. De frisse lucht buiten me de broodnodige zuurstof na bijna een kooldioxide vergiftiging. De grond ligt aan de overkant van de weg. Ooit was hier niets, maar toen besloot de gemeente dat hier een weg moest komen. Dus werd deze gewoon dwars over de grond voor het huis langs aangelegd. Recht van overpad, zeg maar.
Pieter probeert uit alle macht iets van telefoonbereik te krijgen door zo hoog mogelijk in de lucht te reiken met zijn mobiel, maar nul. ‘Vergeet niet een selfie te maken,’ roep ik gierend van de lach. En van de zenuwen. Een woeste blik.
We kletsen nog even over koetjes en kalfjes en ik bedank de mannen die van pure opluchting hun bel wijn in een teug naar binnen gooien. Ze zwaaien iets te uitbundig terug. 

En ja, weer naar beneden. Ietsjes meer gewend maar toch alles nog uitgesproken te hebben naar elkaar voor het geval dat, kruipen we de berg af. Ik prevel af en toe een opbeurend woord maar Pieter zit als een bevroren pop achter het stuur: opperste concentratie. Pas onder aan de berg ontdooit hij.

We rijden rechtstreeks naar ‘ons’ strand, bestellen opgeluchte bellen wijn bij onze getatoeëerde en bekettingde man en eten samen met familie mus een salade met door de Portugese mama zelfgemaakte humus. We kunnen niet meer stoppen met lachen. De spanning loopt als een ballon leeg over mijn wangen.