Bijna een kruis in plaats van een huis…

“Ik rijd geen meter verder.” We staan op een richeltje en ik kijk de afgrond in. Twintig minuten tuffen we al als een slinger in de kerstboom naar boven op de smalste weg ooit. Het lijkt drie uur. Het regent, plassen ontstaan en de weg raakt glibberig. Af en toe verliest ons campertje zijn grip en neigen we richting ravijn. Geen reling te bekennen. Ken je dat programma De gevaarlijkste wegen ter wereld? Voilá! 

Ik vond het eerst allemaal hilarisch. Dat vergaat al gauw. Alle ramen van de camper zijn beslagen door Pieters angstzweet, alsof we door een dichte mist rijden. Stop daar zijn hoogtevrees bij en je snapt de spanning. Ik voel zijn doodsangst na een kwartier nota bene in mijn eigen bilnaad. “Waarom heb ik precies van alle vrouwen een avonturier als vriendin?” Hij briest en kijkt me boos aan.

Het witte Pandaatje voor ons stuitert vrolijk over het onbegaanbare pad. Het is de makelaar. Ze heeft het al duizend keer gereden, dat is duidelijk. Ik zie het speelgoedautootje bij elke bocht zuchten, het wacht geduldig tot wij de bocht om zijn gekropen. 
Het is onze eerste bezichtiging in Portugal. Vlak bij Monchique dat boven in de Algarve ligt, in het binnenland. Een prachtig berggebied met huisjes die ooit door een reus als dobbelstenen over het land zijn gestrooid. Er staat een te koop in een dorpje van zeven huizen. Hopelijk komen we daar ooit aan. We weten nu al dat dit hem niet gaat worden, maar ik wil perse kijken. 
Mijn hoofd tolt van de adrenaline, maar toch ook van de waarachtige schoonheid van deze vallei waar de Eucalyptusbomen het scepter zwaaien in alle zintuig-opzichten. Ik draai het raam open en snuif de geur in waarbij ik onmiddellijk in Madeira ben. Een heimweescheut naar thuis.

Er stond nergens in de beschrijving dat je eerst een paar kilometer langs afgronden moet, het huis wel erg afgezonderd ligt en dat van het hele dorp er maar één huis bewoond wordt door een stokoud kattenvrouwtje. De overige huizen liggen in verval. 
Dat horen we pas bij aankomst, nadat we uit de camper vallen en eerst tien minuten moeten bijkomen. De opgewekte makelaar babbelt ondertussen honderduit, een mengeling van Engels en Portugees, we verstaan alles dankzij onze Spaanse kennis. Een labrador komt op ons af, hij grijnst zijn tanden bloot en gaat op mijn voeten op zijn rug liggen: aai mij! Hij blijkt van het kattenvrouwtje waar de naam ineens niet meer zo van op gaat. 

‘De bewoners zijn toevallig thuis,’ zegt Isolabella. Deze naam zingt je toch direct de zon, zee en ijshoorntjes in? 
Ze stapt kordaat het huisje binnen en begint een partij Portugees te oreren. We wachten op de veranda waar een buitenkeukentje lonkt, Portugese tegeltjes pronken en een tafeltje uitnodigt. Niks ervan, we kunnen naar binnen, wenkt de makelaar.
Het is pikdonker en bloedheet binnen. Ik moet eerst even mijn ogen laten wennen, gelukkig geeft de houtkachel in de hoek wat licht. We vallen direct de woonkamer in die bomvol staat met meubels, potten, pannen. Dit loopt gewoon door op de muren, tot aan het plafond. 

Op de uitgezakte bank zitten twee geesten zo op het eerste gezicht. Catweazle en zijn broer! Ze hijsen zich kreunend uit de bank, wrijven wat over hun verkreukelde kleding en blijven onhandig staan. Zoveel personen in zo’n klein kamertje geeft dat liftgevoel waarbij je uit wanhoop maar naar het plafond staart. Ik geef ze uit onhandigheid een hand, ze schrikken zich kapot maar vermannen en lachen hun drie tanden bloot. 
Isolabella duwt ze zacht de deur uit, waar ze op de veranda wat drentelen. Ik krijg ineens het vermoeden dat de mannen bij de koop in zitten.

We staan midden in een filmscène. De Catweazles waren net aan het eten, hun borden staan op het piepkleine tafeltje. Er drijven vette bellen rondom een stuk afgekloven zwijn. Hier in de regio is het summum van genot de Porco Preto: zwart varken. Naast de borden liggen knoerten kaas en een brok zwoerd. Ik blijf maar staren en voel me een vegetarische sok dat niet past in dit decor. Ik ruk me los en Isolabella roept dat we overal mogen kijken, alsof het een kasteel met 19 kamers is in plaats van een boerenschuur van 40m2. 
We wurmen ons langs een gordijn (dat is de deur) en staan in een van de slaapkamers. Nisjes vol heiligbeelden, een bebloed kruis aan de muur, maar een keurig opgemaakt bedje. Hier steken de voeten sowieso ver uit bij het slapen. 
Aan de andere kant van het woonkamertje is net zo’n slaapkamer, identiek. We kruipen richting badkamertje, waar de douchecabine een soort koker blijkt en de uit elkaar vallende kledingkast bij gebrek aan ruimte hier maar is neergezet. Je moet geen last van claustrofobie hebben, mocht je hier willen settelen. 

Oh, en er is een groot stuk grond bij. De frisse lucht buiten geeft me de broodnodige zuurstof na bijna een kooldioxide vergiftiging. De grond ligt aan de overkant van de weg. Ooit was hier niets, vertelt Isolabella, maar toen besloot de gemeente dat hier een weg moest komen. Dus werd deze gewoon dwars over de grond voor het huis langs aangelegd. Recht van overpad, zeg maar.
Pieter probeert uit alle macht iets van telefoonbereik te krijgen door zo hoog mogelijk in de lucht te reiken met zijn mobiel, maar nul. ‘Vergeet niet een selfie te maken,’ roep ik gierend van de lach. En van de zenuwen. Alweer een woeste blik.
We kletsen nog even over koetjes en kalfjes en ik bedank de mannen die van pure opluchting hun bel wijn in een teug naar binnen gooien. Ze zwaaien wel erg uitbundig terug. 

En ja. Dan weer naar beneden. Ietsjes meer gewend maar toch alles nog uitgesproken te hebben naar elkaar voor het geval dat, kruipen we de berg af. Ik prevel af en toe een opbeurend woord maar Pieter zit als een bevroren pop achter het stuur: opperste concentratie. Pas onder aan de berg ontdooit hij.

We rijden rechtstreeks naar ‘ons’ strand, bestellen grote glazen wijn bij onze getatoeëerde en bekettingde man en eten samen met familie mus een salade met door de Portugese mama zelfgemaakte humus. We kunnen niet meer stoppen met lachen. De spanning loopt als een ballon leeg over mijn wangen.

Het doorgeefboek

Het boek dat ik las: Camino van Graeme Simsion & Anne Buist

Of het toeval is of niet, dit boek wordt steeds doorgegeven tijdens retraites. Het zit zo. Dit boek was van Lucia, zij las het op een yoga-retreat in Malaga. Zij gaf het aan Corien die meedeed aan mijn schrijf- & yogaweek op Madeira. Toen zij het uit had gelezen, kreeg ik hem.

Met een voorwaarde.

Als ik hem uit had, gaat hij naar een andere lezer, die hem vervolgens weer geeft aan…. je snapt hem al. Een doorgeefboek!

Over het boek.

Een vermakelijk boek dat gemakkelijk leest. Geen diepgaande, tot nadenken geschreven stukken, maar vrij luchtige kost. In mijn ogen dan. Ik las hem in het vliegtuig en daarna in de trein naar huis. Prima lectuur om mee te reizen, met humor (af en toe wat flauw) en de zo herkenbare beslommeringen van het leven. Natuurlijk is er de worsteling, de verliefdheid en de go of no go. Waar ik het meest van genoten heb zijn de beschrijvingen van de natuur, de gekste overnachtingsplekken met hun vaak eigenzinnige eigenaren.

Of ik hem zelf zou hebben uitgezocht? Nee. Maar dat is nu het verrassende. Ik vond hem de moeite waard om te lezen, juist omdat ik het boek kreeg van iemand die hem interessant genoeg vond. Een doorgeefluik van inspiratie dus.

En dat is nu net dat extraatje boven de andere manieren van het doorgeven van boeken, zoals de kleine bibliotheekkastjes over de hele wereld. Daar staan ze gewoon te wachten tot je hem wel of niet meeneemt. Of een boek leggen in de trein, zonder dat je weet van wie het komt. Zit er een klein briefje in, dan wordt het al wat spannender…Bij het doorgeven op deze persoonlijke manier reikt iemand jou het boek, met een verhaal daarbij. Juist die ontmoeting maakt het veel leuker!

Mensen ontdekken vaak de verwantschap met elkaar doordat ze van dezelfde boeken houden. -Samuel Smiles-

Ik juich trouwens alle vormen van het doorgeven van boeken luidruchtig toe. Lezen verrijkt echt je leven, is mijn mening. Verdwijnen in verhalen, in een andere wereld. En voor schrijvers is het al helemaal een must. Voor het uitbreiden van de woordenschat en het onderzoeken naar verschillende stijlen, vormen en tijden. 

(Misschien ben ik niet het prototype gemiddelde lezer. Ik houd van zware kost overgoten met weemoed, tranentrekkende ontroering, akelige blootstellingen, kwetsbare uiteenzettingen en tot overpeinzing dwingende schrijfsels. Waar je af en toe je boek neer moet leggen om een uur na te denken over wat je net gelezen hebt. Doe mij de filosofische uitspattingen, bloemrijke zinnen en de woordenschat verhogende taal. De laagjes-boeken, zeg maar. Ik weet het: daarbij ben ik in de verre minderheid ; ).

Een doorgeefboek verbindt. Is duurzaam. Zet aan tot lezen. Biedt stof tot nadenken en is een makkelijke brug naar eigen verhalen. Zo’n boek deelt overkoepelende interesses. Maakt het leven een stukje mooier. Een boek doorgeven brengt en geeft dankbaarheid.


Alleen handbagage. Geen koffer-gezeul.

Waarom ik altijd licht reis

Al reis ik een maand, meer dan 10 kilo bagage in totaal gaat er niet mee. In een koffertje die als handbagage mee gaat prop ik alles, met als uitdaging de weegschaal op precies 10 kilo uit te laten komen.

Waarom nou toch? De belangrijkste reden is dat ik écht niet meer nodig heb.

Want nog steeds kom ik met kledingstukken terug die ik niet heb gedragen, serieus. De meeste kilo’s in mijn handbagage zijn mijn fotocamera + telelens, mijn Macbook en een filmcameraatje met 100 attributen (die ik overigens nooit gebruik, maar-je-weet-maar-nooit. Gaan de volgende keer ook niet meer mee). Dan rest nog een toilettas en wat kleding, een klein rugzakje voor de wandelingen en that’s it.

Nee, ik hoef niet 17 jurkjes, 4 broeken, 8 T-shirts en 21 onderbroeken mee. Zes paar schoenen. In hemelsnaam, waarom? Ik doe mijn zwaarste broek en wandelschoenen aan. Een paar laagjes shirts, een trui daarover en dan nog een jas en een sjaal. Even zweten geblazen, maar dat is maar heel kort. Zodra je de lopende band hebt overleefd, pak je al die laagjes gewoon in je koffer. De kilo’s doen er dan niet meer toe.

Dus neem ik 1 extra lange broek mee, 2 korte broeken en 4 T-shirts. Een paar onderbroeken, bikini en bh’s, een kek jurkje die je kan verfrommelen en in een slipper drukken, want mijn Birkenstocks gaan wel mee natuurlijk. Nu had ik nog zat ruimte en een pond over voor een paar sneakers, dus die ook maar, voor de leuk.

‘Een paar keer stopte ik mijn laptop achter in mijn broek en al mijn andere spullen in mijn zakken en bh. Vlak voordat mijn koffertje gewogen werd en ik wist dat hij te zwaar was. Ik zag er uit als een zwaarbepakte rugzak denk ik, maar ik kwam er door heen. Alles voor alleen maar handbagage mee. ‘

En dan was ik gewoon elke dag mijn kleding. Dat wat ik gedragen heb. Heel makkelijk, overal is wel shampoo of doucheschuim te vinden. In een teil, de wasbak of wat dan ook lekker even laten weken (is wel nodig soms, vooral na een hete dag….), uitspoelen en ophangen maar. Overmorgen kan je alles weer aan. Hoppa.

Je ijdelheid thuislaten

In een doorzichtige toilettas alleen maar spullen tot 50 ml. Meer kun je niet meenemen. Haarspray? Nee dus. Parfum? Nope. Ik doe een haarband in mijn haar en spuit in een drogisterij wel een lekker geurtje op, af en toe. Easy. Je nagelknipper en –vijl worden ingenomen, dus thuis laten. Kartonvijltjes worden het. En ja, tandpasta in een kleine tube, net als je zonnebrand- en al je andere crèmes. Meer dan genoeg voor een maand.

Nee, je moet niet echt ijdel zijn. Elke dag er heel erg leuk uit willen zien. Pumps aan naar dat hippe restaurantje. Gestreken en gesteven kleding aan willen, of een spierwitte outfit om je bruine vel goed te showen. Een föhn is niet overal aanwezig en een krultang al helemaal niet. En die gaan uiteraard niet mee in ’t koffertje. Geen ruimte voor. Ijdelheid en licht reizen gaan niet samen.

Licht reizen heeft zo veel voordelen. Ik check altijd een dag voor die tijd online in, ik hoef dus nooit in die ellenlange rijen staan om mijn hutkoffer van 100 kilo in te checken. Ik loop direct door naar de douane en binnen een kwartier ben ik bij de gate.

Aangekomen op het vliegveld van bestemming staat de meute een uur te wachten tot die verrekte loopband een keer begint te draaien en dan maar duwen met de ellebogen om je koffers van de band te sleuren. Daarna einden zeulen met die veel te zware krengen.

Mijn knalroze koffertje danst als een Marieke achter mij aan als ik langs de wachtende zuchters loop, rechtstreeks naar de uitgang. Er is alleen maar lichtheid, in alle opzichten. Mijn koffertje en ik.

Wanneer de hutkoffers na uren bezweet en chagrijnig op bestemming zijn, heb ik al een paar rondjes gezwommen. Of mijn eerst cocktailtje weggewerkt. Me geïnstalleerd in de zon. Niet in een cocktailjurk echter. Of met hoge hakken. Wel in bikini. Die weegt een ons.